kruis.jpg

Gaat, en leert van alle volken

Met heel die lange mensengeschiedenis van licht en duister, van recht en onrecht, is ook dat kleine woord ‘god’ meegekomen.

God, -eens moet een mens dat voor het eerst gezegd hebben, primitief-oorspronkelijk:
- alle hoop en vrees samengebald in één woord: ‘God’,
- alle verwondering en ontzetting in één kreet: ‘God’,
- alle macht en onmacht in één naam: ‘God’,
- alle liefde en toewijding in één zucht: ‘God’.

Toen begon dat Woord zijn tocht door wereld en geschiedenis, een tocht van wording en verwording, van vorming en misvorming, van diepgang en neergang. De mensen werden verzameld in diensten rond het Woord, een wereld vol godsdiensten, iedere stam en ieder land een eigen god. En je moest eraan geloven, want je werd ermee geboren.

Van toen af waren er maar weinig mensen meer die God ontdekten, want ze moesten Hem als voorgegeven aanhangen en dienen, met alle gedachten en bedenksels van buiten leren, en nooit meer aan Hem twijfelen. Van ontdekking zonder einde werd God het duur bezit van landen en culturen, met torens en piramiden; een God om mee te pronken, te sussen of te dreigen, een God om mee te donderjagen: bekeer je of ik schiet!

Tót er een mens geboren werd die God als nieuw (of was het opnieuw?) ervaren durfde, die Hem zag en aanzag in zijn medemensen. Toen en aldus, zegt het Johannes-evangelie, is het Woord (van God) vlees geworden, heeft het onder ons zijn woning opgeslagen.
En dat gebeurt tot op vandaag en overal waar mensen, net als die Jezus,
God willen zien en aanzien in hun medemensen: Jij bent voor mij zo goed als God.

Jezus’ afscheidswoorden ‘gaat en onderwijst alle volken en leert hen onderhouden al wat ik u heb geleerd en voorgeleefd’ lijken mij daarom eerst en vooral zo bedoeld: niet hen bepreken of hun een leer opdringen, wel naar hen zien en omzien zoals Jezus deed. Misschien wel zo: Gaat en leert van alle volken. Leer hoe ook zij proberen om God te zien en aan te zien in hun medemensen.
Ik wens u een dienstbare toekomst, voor u en uw mede-dorpsgenoten.

ds. Gerrit Buunk (met dank aan Jan van Opbergen)