Protestantse Gemeente Twello

Zoeken

Bijbeltekst van de dag

DagelijksWoord.nl

De dorpskerk is in de periode augustus - oktober 2011 heringericht. Onderstaand een bijdrage van onze architect dhr P.D. van Vliet, architect BNA.

De restauratie of herinrichting van een kerk is altijd een bijzonder moment in de geschiedenis van het gebouw en de kerkelijke gemeenschap(pen), die van de kerk gebruik maken. De kerk werd immers gebouwd en onderhouden door en voor de kerkelijke gemeenschap. En in Twello is dat niet anders.

Vanuit een Christelijke geloofsovertuiging werd in de middeleeuwen de bestaande kapel verheven tot parochiekerk en onder de rook van de machtige stad Deventer ontplooide het dorp zich gestaag. Macht is niet altijd positief, want in 1522 werd de kerk door brand verwoest als gevolg van een strijd tussen Karel van Gelre en Deventer.
De veerkracht van het dorp werd betoond in de herbouw van de kerk en het versieren van haar muren en gewelven met prachtige muurschilderingen en een kennelijk rijke inventaris getuige het nog aanwezige zandstenen reliëf, dat thans binnen de kerkmuren nog aanwezig is

Aan een gerestaureerd kerkgebouw is iedereen snel gewend en het is goed om gedachten en beslissingen niet alleen in de notulen van de bouwvergaderingen te verankeren maar ook te delen met belangstellende lezers en passanten, die de kerk zullen bezoeken. Wat heeft de kerkenraad bezield om deze oude kerk een zichtbare impuls te geven voor een nieuwe tijd?
Mij werd duidelijk, dat de kerkenraad dit nodig achtte om de oude geloofsgroepen ‘hervormd’ en ‘gereformeerd’ een nieuw, gezamenlijk huis te geven en hiertoe had besloten vanuit het besef dat in eendracht samenwerkend, samen biddend en zingend het christelijk geloof kan worden overgeleverd aan de nieuwe generatie in een modern functionerend kerkgebouw.
Wat mij als medevormgever van deze herinrichting grote voldoening geeft is de geest van saamhorigheid, zowel bij de plannenmakers, de bouwcommissie, de planbeoordelaars van de vergunningverlenende overheid en de uitvoerders in al haar geledingen en waarvan het resultaat in de ‘nieuwe’ oude dorpskerk de getuige is.

De restauratie of herinrichting van een monument gaat gepaard met een grondig vooronderzoek van het object en zijn omgeving. Dat onderzoek is belangrijk want zonder een goed beeld van de ontstaansgeschiedenis is een verantwoorde aanpassing niet mogelijk. Het door de bouwcommissie opgestelde programma van wensen en eisen was zo duidelijk geformuleerd, dat hieruit wel bleek, dat hieraan een lange tijd van voorbereiding was besteed, waarbij de ‘achterban’ goed was geraadpleegd en geïnformeerd.
Bij de eerste kennismaking met het gebouw trof mij de warme kleurstelling van het interieur maar ook het onrustige beeld van een (te) klein liturgisch centrum, dat ingeklemd was tussen de fraaie kansel uit 1771, het middeleeuwse doopvont, een kistorgel en diverse losse elementen, die elkaar bijna verdrongen om op ‘het podium’ te staan. Deze kennismaking getuigde ook van een betrokken gemeenschap met veel ruimte voor de kinderen en een open geest voor dat wat behouden zou blijven en nieuwe ontwikkelingen.

Om deze instelling ook fysiek in de kerkruimte te vertalen en het gemeenschapsgevoel optimaal tot uitdrukking te brengen is het plan zo opgesteld, dat de betrokkenheid van mensen op liturgie en op elkaar in het bijzonder in de opstelling van de zitplaatsen tot uitdrukking komt.
Hoe fraai de bestaande banken uit 1965 van de hand van architect D. Wijma uit Velp ook waren gemaakt, deze verhinderden met hun letterlijke starheid de omvorming naar een plattegrond waarbij flexibiliteit en richting konden worden aangeboden. Het verwijderen van deze banken zal bij menigeen sterke emoties hebben opgeroepen, niet in het minst bij mij, omdat ik weet met hoeveel liefde en zorg de toenmalige architect zijn werk afleverde.

Voordat met de uitvoering van het plan mocht worden begonnen werd een monumenten- en bouwvergunning aangevraagd bij de gemeente Voorst. Na een periode van overleg met het Gelders Genootschap en de adviseurs van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werd het plan ingediend en goedgekeurd om de volgende werkzaamheden en wijzigingen ten uitvoer te brengen:

  • het verlagen van de vloer in het koor
  • het verplaatsen van de 18e eeuwse kansel
  • het verplaatsen van de 17e eeuwse tekstschildering (cartouche)
  • het verplaatsen van de 16e eeuwse memoriesteen (calvarie)
  • het verleggen van diverse zerken en aanpassen vloer
  • het plaatsen van een ingangsportaal in de torenhal
  • het aanbrengen van een transparante afscheiding tussen de ‘zijbeuk’ en de kerk
  • de herinrichting van de ‘zijbeuk’ tot stiltecentrum
  • het aanbrengen van een nieuw multifunctioneel liturgisch centrum
  • het aanbrengen van nieuwe liturgische elementen
  • het aanpassen van de installaties

Nadat in december 2010 de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed positief had geadviseerd werd op 31 maart 2011 de monumentenvergunning door de gemeente Voorst verleend en werd het werk aanbesteed op basis van een onderhandse aanbesteding. Daarbij overhandigde Dijkhof Bouw te Klarenbeek de meest aantrekkelijke aanbieding voor uitvoering van het bouwkundige deel en kon in samenwerking met de installateurs den Hollander te Apeldoorn en van Niel te Twello het werk met de eerste bouwvergadering op 4 juli 2011 starten.

Voorafgaande aan het werk werd de akoestiek van de kerk in de oude opstelling vastgelegd door middel van een 0-meting door het bureau Peutz te Mook, waarna werd gestart met het demonteren van de kansel door antiekrestaurator W. Brand te Punthorst.

Het verlagen van de vloer in het koor
Om een goede plattegrond ontwikkeling mogelijk te maken moest worden uitgegaan van één vlakke vloer in de gehele kerkzaal. Uit archiefonderzoek is duidelijk geworden dat bij de restauratie van de kerk in 1965 de gehele vloer is opgenomen inclusief de meeste zerken teneinde een nieuwe vloerverwarming aan te leggen met uitzondering onder de grote zerk van het geslacht Schimmelpenninck van der Oye, gelegen aan de zuidzijde in het schip.

Het huidige herinrichtingsplan gaat uit van het verlagen van de vloer in het koor en herschikking van de zerken, zodanig, dat deze niet direct in ‘de loop’ liggen waardoor overmatige slijtage kan worden voorkomen. De grote zerk ter plaatse van de grafkelder van de fam. Schimmelpenninck zal niet worden verplaatst; deze wordt deels aan het gezicht onttrokken door het nieuwe – verplaatsbare - liturgische centrum. Tijdens de ontmanteling van de verhoging in het koor en het opnemen van de zerken werd naar aanleiding van de diktemaat van een der zerken besloten de nieuwe ligging van de zerken enigszins aan te passen. Deze wijziging – noodzakelijk vanwege deze diktemaat - zal op een revisietekening worden opgenomen en vastgelegd in de archieven van de kerk. De plaats waar in 1965 de verhoging is aangebracht is gemarkeerd met een doorgaande hardstenen band, ter breedte van de verwijderde trede.

Tevens werd de herziene ligging van de zerk in het schip aangegeven door op deze plaats een zestal rode zandsteentegels te herleggen.

Het verplaatsen van de 18e eeuwse kansel
Welke de oorspronkelijke plaats is geweest van de fraaie in 1771 door Joost Kok gemaakte kansel is niet met zekerheid te zeggen. Wel werd uit historische foto’s duidelijk, dat de kansel nogal eens is verplaatst langs de zuidzijde van het schip. De afmetingen van het klankbord rechtvaardigen de vooronderstelling dat deze gemaakt is voor de oostelijke sluitgevel in het koor, een traditionele plaats in reformatorische kerken. Veelal werd dan ook een dooptuin aangelegd zoals in vele kerken nog aanwezig is. In Twello is daarvan geen sprake en hard bewijs voor de oorspronkelijke plaats is tijdens de herinrichting dan ook niet gevonden. Bij de overwegingen in de bouwcommissie voorafgaande aan de uitvoering is veelvuldig gesproken over de wijze waarop de historische kansel binnen het vernieuwde interieur haar rol kan vervullen. De nieuwe plaats aan de oostzijde biedt kansen om het historisch meubel een nieuwe functie te geven. Letterlijk als klankbord bij uitvoeringen, waarbij het multifunctionele liturgisch centrum kan worden geplaatst als podium voor de oude kansel. Anderzijds als preekstoel bij diensten, concerten, seminars en andere bijeenkomsten, waarbij het podium aan de oostzijde is geplaatst.
De verplaatsing van de kansel is tevens aangegrepen om het fraaie meubel plaatselijk te restaureren en de snijwerken te completeren.

Het verplaatsen van de 17e eeuwse tekstschildering (cartouche)
De 17e eeuwse tekstschildering vormt de reformatorische tegenhanger van de muurschilderingen in het gewelf en op de wanden. Deze schildering werd bij een vorige restauratie van de muur genomen en op een nieuwe drager voorzien van een kunststof vochtwering geplaatst. Doordat dit zorgvuldig was uitgevoerd kon de schildering voorafgaande aan de demontage van de zerkenvloer integraal worden uitgenomen en nadien worden herplaatst aan de noordzijde in het schip. In een ‘noodkreet’ die staat vermeld op de inventarisatie van 10 maart 1983 staat de erbarmelijke toestand waarin deze schildering zich bevond beschreven. Het is aan het vakmanschap van de restaurator te danken, dat thans dit, voorbeeld van reformatorische wandschilderkunst bewaard is gebleven.

Het verplaatsen van de 16e eeuwse memoriesteen (calvarie)
Omwille van de uitvoering van de achterwand behorende bij het nieuwe liturgische centrum werd de 16e eeuwse memoriesteen (ook wel Calvarie) opnieuw verplaatst. In het verleden werd dit zandstenen reliëf bij de restauratie van de kerk in 1903 van het exterieur (oostvlak koorsluiting) binnen het gebouw gebracht. Omwille van de kwetsbare plaats in de omgeving van het liturgisch centrum is besloten om deze steen met haar onderschrift ‘byd voer di ziele’ ca. 5 meter naar het westen te plaatsen.

Het verleggen van diverse zerken
De praktische eis om te kunnen beschikken over een vlakke vloer in de totale kerk was een der eerste uitgangspunten in het programma van eisen. Uit archivalia kon worden opgemaakt, dat de ligging van de zerken een product was van een vorige restauratie. Dat werd bevestigd tijdens het opnemen van de vloer in het koor, waarbij nog een scherf van een grote zerk werd gevonden. Deze scherf is thans weer opgenomen in de vloer van het koor. Als gevolg van de grote dikteverschillen van de zerken en de aanwezigheid van historisch metselwerk werd de ligging van de zerken hierop aangepast, waarbij de richting van de zerken niet werd gewijzigd. Het ‘middenpad’ van rode Wezersteen gemaakt voor de bankenopstelling van 1960 werd verwijderd, waarbij het bestaande materiaal werd gebruikt om de vloer van de ‘zijbeuk’ aan te vullen tot aan het nieuwe hek. De overige delen van de vloer werden aangevuld met blauwe estriken, zoals elders in de kerk aanwezig.

Het plaatsen van een ingangsportaal in de torenhal
Direct achter de westelijke toegangsdeuren in het torenportaal werd een modern gedetailleerd hardglazen tochtportaal aangebracht om het klimaat van de kerk te optimaliseren. Tocht en kou zijn nadelig voor de behaaglijkheid en veroorzaken te sterke schommelingen van temperatuur en relatieve vochtigheid, waardoor o.a. ontstemming van het orgel kan ontstaan. Het portaal is aangebracht op een nieuwe betonnen vloer, waarin – evenals de kerkzaal – een vloerverwarming is opgenomen. Het portaal is afgewerkt met rode Wezer steen zoals gebruikelijk bij torens van een dergelijke ouderdom in deze streek van het land. Door plaatsing van het portaal kan een ruimere functie aan de torenhal worden gegeven en biedt de ruimte een gastvrije uitstraling voordat de kerk wordt betreden.       

Het aanbrengen van een transparante afscheiding tussen de ‘zijbeuk’ en de kerk
De ‘zijbeuk’ zoals deze ruimte in de plaatselijke volksmond wordt genoemd was vanouds de sacristie, de ruimte waar voor de reformatie de priester zich voorbereidde op de eredienst. Uit archiefmateriaal bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is een tekening bewaard van architect Wolter te Riele uit Deventer uit 1903 waarbij de huidige grote opening naar het schip al is ingetekend. Door de intieme uitstraling van deze ‘zijbeuk’ met haar lage gewelflijn en kleine vensters kon hierin het best het stiltecentrum worden gepositioneerd. Door een fraai gesmeed hekwerk te plaatsen in de boog kan deze ruimte fysiek worden afgescheiden van de kerk, waarbij de beleving van de totale ruimte niet verloren gaat. Door deze voorziening kan het stiltecentrum apart van de kerk functioneren. De vormgeving van het hek is geïnspireerd op gotische verhoudingen met een kenmerkende gestileerde beëindiging aan de bovenzijde. In het hek vormen de bronzen sterretjes op de golven als een opstijgend gebed een verwijzing naar de patroon van de kerk, Maria, die ook wel met de titel ‘Stella Maris’ of Sterre der Zee wordt aangeduid.
De symbooltaal die in het hek aanwezig is wordt vervolmaakt door de bronzen vlinder en de zes zandkorrels, het logo van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten in Nederland. De vlinder staat symbool voor de ziel van de mens. De zes korrels stellen zandkorrels voor en zijn een middeleeuws symbool voor de aarde. Het geheel wijst op de ziel, die op de aarde verblijft.

De herinrichting van de ‘zijbeuk’ tot stiltecentrum
Een plaats voor meditatie of om zomaar even te zijn. Ook op deze plaats zijn oude en nieuwe elementen verenigd en versterken elkaar. De middeleeuwse doopvont vindt hier een plaats en wordt vergezeld door de dooprol, die getoond wordt in een vitrinekast die als een schrijn tegen de noordelijke wand is aangebracht. Aan de westzijde is eveneens een vitrinekast geplaatst met daarin het doopboek en het boek van overledenen, evenals de gedenkstenen van de overledenen.
Daar waar in het oosten de zon opgaat en in het westen het Avondland ons deel is zo is ook de plaats van deze stenen aan de westzijde, daar waar de zon ondergaat.
Bij de uitvoering van de omlijsting van de vitrinekasten is aansluiting gezocht bij het gesmede hek en de bekroning van de achterwand van het liturgisch centrum.

Het aanbrengen van een nieuw multifunctioneel liturgisch centrum
Het middelpunt van de moderne kerk wordt gevormd door het nieuwe liturgische centrum met de bijbehorende achterwand, waarin de moderne beeld- en geluidmedia zijn geïntegreerd. Door deze voorzieningen op een eigen wand te plaatsen, die enigszins gebogen is uitgevoerd en voorzien van akoestisch dempend materiaal, kan worden voldaan aan de eis dat ingrepen zoveel mogelijk omkeerbaar moeten zijn bij historische gebouwen. De vloer van het liturgisch centrum is zodanig geconstrueerd, dat deze met een eenvoudige handeling verplaatsbaar is naar de oostzijde van de kerk en daar weer een podium vormt voor de oude kansel. In de achterwand van het liturgisch centrum is er behalve de voorzieningen voor beeld en geluid ruimte voor het opstellen van de paarskaars en een bloemengroet.

De kleurstelling van het liturgisch centrum is terughoudend en afgestemd op kleuren die voorkomen in het historisch interieur. De achterwand wordt bekroond met een gesmeed ijzeren afwerking als tegenhanger van het hek van het stiltecentrum.

Het aanbrengen van nieuwe liturgische elementen
Op het liturgisch centrum bevinden zich nieuwe door de architect van de herinrichting ontworpen liturgische elementen, zoals tafel, doopvont en standaard voor de paarskaars. Ook is een lezenaar met dezelfde stijlkenmerken beschikbaar. De tafel van gekleurd eiken volgt in vormgeving de convexe vorm van het liturgisch centrum. Doopvont en paaskaarsstandaard sluiten wat betreft vorm en kleurige afwerking aan bij de liturgische tafel, die in voorkomende gevallen kan worden voorzien van een lager gelegen blad, waarop de liturgische bloemschikking etc. kan worden neergelegd.

Het aanpassen van de installaties
De herinrichting is tevens aanleiding geweest om de bestaande verwarming- en elektrische installatie op te waarderen naar de huidige gebruikseisen. Daartoe werden de nieuwe vloeren van het koor en het torenportaal voorzien van vloerverwarming, zoals elders in de kerk en werden nieuwe convectoren langs de omtrek van de kerkzaal geplaatst. De nieuwe inrichting maakte het mogelijk om met moderne elektronische middelen de bijeenkomsten te ondersteunen.

Een aanvulling op de kerkverlichting ter plaatse van het liturgisch centrum, het koor en de plaats van de cantorij, alsmede een automatisch geschakelde verlichting in het stiltecentrum voorziet samen met moderne kaarslampen in de kronen voor een sfeervolle verlichting in duistere tijden.

En tot slot…
Net als een museum is deze kerk een spirituele schatkamer van de mens. De toegepaste christelijke kunst uit verleden en heden zijn inspiratiebronnen voor bezinning en symbool van een periode, een bepaalde ontwikkeling of stijl. De Dorpskerk in Twello is – behalve haar primaire functie als plaats voor de eredienst – ook een erfstuk van de gehele gemeenschap.

Heden en verleden komen hier samen in één convergerende bundel gericht om van deze kerk een plaats te maken om even boven het alledaagse uit te stijgen en tijd te nemen voor rust en bezinning.

Dat deden onze voorouders kijkend naar de muurschilderingen uit de middeleeuwen, de mensen in de 18e eeuw met de blik op de rijk gesneden kansel en in onze tijd kunnen wij onze gedachten laten gaan naar de symbooltaal van de nieuw ontworpen elementen die zijn ingebracht in 2011.